Notice: Trying to get property of non-object in /home/vhosting/z/vhost0051138/domains/reneberman.nl/htdocs/www/plugins/content/1pixeloutplayer.php on line 36

blog

De Prelude van de tweede cellosuite van Bach eindigt onverwacht in een serie akkoorden die los lijken te staan van de rest. De akkoorden zelf zijn de normaalste reeks afsluitende tonen die men zich kan wensen, een ouderwetse Slotcadens.

 Dat geeft ook hun reden van verschijnen: in de rest van de Suite is geen normale cadens meer te bekennen. In de afsluitingen van alle volgende delen zitten onregelmatigheden, die in evenwicht worden gebracht met die eerste opvallende comme-il-faut-cadens.
Ook de Prelude van de zesde suite mondt onverwacht uit in een serie akkoorden.Nu wordt het verleidelijk om te denken dat Bach een spanningsboog heeft gelegd van tweede naar zesde suite. Dan horen de zes suites bij elkaar: de eerste Suite in zijn geheel een Prelude en de vijf andere suites elementen in het grote betoog.

Het laatste deel van de tweede Suite, de Gigue, eindigt alsof de handen naar de hemel worden geheven: snelle noten langs de tonen van d-mineur, eindigend in een lange hoge d. De Gigue van de emotioneel volkomen tegengestelde zesde Suite eindigt precies andersom, snel naar beneden langs het D-majeur akkoord, trots en tevreden eindigend op een lange lage D.
Dat zijn twee toevalligheden die wijzen op een onderling verband. Dat is geen toeval meer.

Eerder schreef ik:

In1597 verscheen een boek van Thomas Morley, 'a plain and easy introduction to practical music'.Het boek is duidelijk bedoeld als een Music for Dummies, en ook nu nog zou iedereen moeten snappen wat daar wordt behandeld.

Het verhaal: Bij een banket raakt hoofdpersoon Philomathes ernstig in verlegenheid omdat, natuurlijk, na het eten de muziekboeken op tafel komen.Philomathes wordt gevraagd te zingen en moet verstek laten gaan. Hij kan geen noten lezen. Gelukkig krijgt hij dat aan de hand van een dialoog met Master Gnorimus snel genoeg door.
Op de eerste bladzijden wordt uitgelegd hoe de doorlopende toonladder wordt onderverdeeld in elkaar overlappende hexachorden, en dat de naam van de toon bepaald wordt door het hexachord wat er het best bij past. Wie de voorgaande zin niet nog eens hoeft te lezen heeft er meer verstand van dan ik.
In de vijfhonderd jaar tussen Morley en nu is er zo veel veranderd dat zijn ooit zo simpele boek abacadabra is geworden.
Deze week word ik vijftig, en nu denk ik af en toe dat ik verstand van muziek heb. Al lezend blijkt dat er altijd nog meer te leren valt.
Overigens denk ik dat veel middeleeuws geïnspireerde moderne muziek nergens naar klinkt omdat de compomist niet in hexachorden denkt, en dus in uiterlijkheden vervalt.

Eerder schreef ik:

De Amerikaan Eric Siblin schreef een fijn liefdevol boek over de cellosuites van Bach, ik raad het iedereen aan. Zoals met alle boeken over de Bachsuites geloof ik weinig van wat hij schrijft.
Lees meer

Er is nu eenmaal geen dagboek van Bach of een van de cellisten om hem heen, we weten we niets met zekerheid over de suites te zeggen. Toch zijn zulke boeken inspirerend en goed om verder te blijven denken en zoeken.
Een van de gedachten die nieuw voor mij waren was het idee dat de Bachsuites verspreid over misschien wel een tiental jaren zijn gecomponeerd. Ik vond altijd en overal bewijzen voor een innerlijke samenhang van de suites, en concludeerde dat ze in dezelfde tijd zijn ontstaan. Nu werd ik op het spoor gezet van de verschillen in stijl, techniek en inhoud.
Nee, de 6 suites zijn misschien als set geschreven, maar muziek leeft bij de viering van het verschil. Wie er vanuit gaat dat de suites verspreid over een aantal jaren zijn geschreven heeft het misschien niet bij het rechte eind, maar kan de muziek nog meer laten leven.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen


Home blog Bachblog